longkanker -lung cancerlongkanker -lung cancer
longkanker -lung cancer
longkanker -lung cancer longkanker -lung cancer
Mediastinal Lymph Node Staging With FDG-PET Scan in Patients With Potentially Operable Non-small Cell Lung Cancer           ---           Bisphosphonate Use in Patients with Lung Cancer and Bone Metastases           ---           Interesting subanalysis on Darbepoetin alfa q3w available in Nieuws-News           ---             
Home Home Over deze site Over deze site Woordenboek Woordenboek Nieuws - News Nieuws Steun ons

longkanker -lung cancer

Woordenboek

   Printversie    Mail een vriend
 
In deze rubriek vindt U een verklarende tekst over enkele courante medische termen die in deze website worden vermeld.
Anemie (bloedarmoede): tekort aan rode bloedcellen, die instaan voor het transport van zuurstof via het bloed naar de weefsels. Dit tekort kan leiden tot moeheid, kortademigheid, duizeligheid e.d.
Anatomopathologie (pathologische ontleedkunde): microscopisch onderzoek van een stukje weefsel (biopsie) uit de tumor om de aard (kwaadaardig of niet) en het precieze type van het gezwel te bepalen.
Beeldvorming: voorstellen of in beeld brengen van te onderzoeken organen met behulp van röntgenstralen (radiologie), ultrasone geluidsgolven (echografie), magnetische velden (NMR), of radioactieve stoffen (radio-isotopen, nucleaire geneeskunde) .
Biopsie: wegnemen van een stukje weefsel uit de tumor voor anatomopathologie.
Botscan (beenderscan): nucleair-geneeskundig onderzoek waarbij een kleine hoeveelheid radioactieve stof (radio-isotoop), die zich in de beenderen kan fixeren, wordt ingespoten. Na een drietal uur laat dit toe met een specifieke scan (isotopen camera) haarden van abnormale beenderombouw in het skelet op te sporen (o.a. litteken na een breuk, maar ook bijv. uitzaaiing in het beenderstelsel).
Bronchoscopie (endoscopie van de luchtwegen): onderzoek waarbij onder plaatselijke verdoving van de keel een flexibel kijkbuisje in de luchtwegen wordt gebracht, waardoor de longarts een tumor in de grote luchtwegen kan opsporen en biopsies ervan kan nemen.
Chemotherapie: systemische of algemene behandeling waarbij de tumorcellen door gebruik van celdodende medicatie vernietigd of in hun groei vertraagd worden.
Chirurgie (heelkunde): lokale behandeling waarbij de tumor tijdens een operatie verwijderd wordt. Deze behandeling wordt enkel voorgesteld als men verwacht dat de longtumor volledig zal kunnen verwijderd worden.
Clinical Trial Unit (Klinisch Onderzoek Eenheid): afdeling waarin artsen, verpleegkundigen en andere onderzoekers samen het Klinisch Onderzoek sturen.
CT-scan (computertomografie scan): toestel dat met röntgenstralen van een deel van het lichaam (bijv. de borstkas) doorsneden maakt, die daarna met een computer in fotografische doorsneden van dit lichaamsdeel worden omgezet. Deze opnames geven een gedetailleerd beeld van de tumor waarop de uitgebreidheid of de evolutie onder behandeling kan worden nagegaan.
Echocardiografie: opname van de hartkamers en hartklepbewegingen bewegingen door middel van ultrasone geluidsgolven.
Echo-bronchoscopie - EBUS (Endobronchial Ultra Sound, echografie via de luchtwegen): met behulp van een echo-endoscoop - een flexibel kijkbuisje met op het uiteinde daarvan een echosonde - worden lymfeklieren die gelegen zijn rond de luchtwegen gelokaliseerd en met een dunne naald aangeprikt. Celmateriaal aldus verkregen wordt vervolgens microscopisch onderzocht om aantasting van lymfeklieren te beoordelen.
Echo-oesofagoscopie - EUS (Oesophageal Ultra Sound, echografie via de slokdarm):  met behulp van een echo-endoscoop - een flexibel kijkbuisje met op het uiteinde daarvan een echosonde - worden lymfeklieren of structuren die gelegen zijn tussen de longen gelokaliseerd en beoordeeld. Klieren kunnen met een dunne naald worden aangeprikt, en celmateriaal aldus verkregen wordt vervolgens microscopisch onderzocht om aantasting van lymfeklieren te beoordelen.
Echografie: opname van de ligging, de samenstelling en de eventuele afwijkingen van inwendige organen door middel van ultrasone geluidsgolven.
Elektrocardiogram (ECG): meting van de elektrische stroom geproduceerd door het hart. Verandering in deze stromen geeft informatie over het ritme en de werking van het hart.
Endoscopie: onderzoek van de lichaamsholten door middel van inbrengen een flexibel kijkbuisje, meestal onder plaatselijke verdoving.
Functionele cardiopulmonale evaluatie: het beoordelen van de hart- en longcapaciteit door middel van specifieke testen, bijv. als voorbereiding van een operatie.
Klinisch-wetenschappelijk onderzoek: onderzoek van nieuwe diagnose technieken of systemen van behandeling, die mogelijk de vooruitzichten van patiënten met longtumoren kunnen verbeteren.
Leukopenie: daling van de witte bloedcellen, waardoor een verhoogde vatbaarheid voor infecties, zoals bijv. longontsteking of bronchitis, ontstaat.
LLCG: Leuven Lung Cancer Group
Lobectomie: operatie waarbij één longkwab wordt weggenomen. Rechts bestaat de long uit drie kwabben, links uit twee.
Longfunctie: testen waarbij door blazen in een toestel de longvolumes en de zuurstofopname capaciteit van de longen worden bepaald. Dit geeft een idee van de long reserve, wat van belang is bij behandelingen zoals chirurgie of radiotherapie.
Mediastinum: ruimte in de borstkas gelegen tussen de beide longen, waarin zich o.a. de centrale luchtpijp (trachea), de slokdarm, lymfeklieren, bloedvaten en zenuwen bevinden.
Mediastinoscopie: heelkundig onderzoek waarbij onder algemene verdoving een starre kijkbuis in het mediastinum wordt gebracht, waardoor de chirurg uitzaaiingen van de longtumor in de klieren aan de uitgang van de long kan opsporen en biopsies ervan kan nemen.
Mesothelioom: kwaadaardige aandoening van de longvliezen of pleurabladen.
Metastasen (uitzaaiingen): neerzetting van kwaadaardige cellen op een andere plaats dan deze waar de tumor ontstaan is.
Moleculair-biologische therapie: systemische of algemene behandeling waarbij de tumorcellen, door gebruik van medicaties die ingrijpen in één of meerdere schakels van de cel controlesystemen (groei, celdeling, beweging, bloedaanvoer of tendens naar uitzaaiing) vernietigd of in hun groei vertraagd worden.
Neutropenie: daling van één bepaalde soort witte bloedcellen, waardoor een verhoogde vatbaarheid voor infecties, vooral door bacteriën, ontstaat.
NMR-scan (nucleaire magnetische resonantie scan): maakt zoals de CT-scan beelden van een deel van het lichaam (bijv. de borstkas). Er wordt echter een magnetisch veld gebruikt i.p.v. röntgenstralen. Ook hier worden daarna met een computer fotografische doorsneden van dit lichaamsdeel in alle vlakken gemaakt. Deze opnames geven een gedetailleerd beeld van de tumor waarop de uitgebreidheid of de evolutie onder behandeling kan worden nagegaan. In bepaalde gevallen kan de NMR-scan een aanvulling zijn op de meer courante CT-scan.
NSCLC: niet kleincellige longkanker
Perfusiescintigrafie: nucleair-geneeskundig onderzoek waarbij de longbloedvaten worden in beeld gebracht na het inspuiten van een kleine hoeveelheid specifieke radioactieve stof of radio-isotoop in de bloedbaan. Dit onderzoek wordt o.a. gebruikt om longembool (bloedklonter in de longbloedvaten) op te sporen, of om na te gaan hoeveel de rechter respectievelijk linker long bijdraagt in de totale longwerking. Dit laatste kan van belang zijn in de functionele cardiopulmonale evaluatie.
PET-scan (positron emissie tomografie scan): nucleair-geneeskundig onderzoek waarbij een kleine hoeveelheid radioactieve stof (radio-isotoop), die zich in kwaadaardig weefsel kan fixeren, wordt ingespoten. Op die manier geeft de PET-scan een gedetailleerd beeld van zones van verhoogde celdeling in het lichaam (vooral tumoren, maar ook soms ontstekingen).
Pleura (borstvlies): vlies dat zowel de binnenzijde van de borstkaswand als de long zelf bekleedt (binnenste en buitenste longvlies of pleurablad).
Pleurapunctie: inbrengen van een naald in de pleuraholte (de ruimte tussen de twee pleurabladen) na plaatselijke verdoving van de huid. Op die manier kan vocht dat zich in pleuraholte bevindt worden bekomen voor laboratorium onderzoek.
Pleuroscopie (thoracoscopie): ingreep onder plaatselijke of algemene verdoving. Na het maken van een kleine opening in de borstkaswand tussen twee ribben wordt een starre kijkbuis in de pleuraholte gebracht, waarbij de arts kan onderzoeken of er uitzaaiing van de tumor op de longvliezen aanwezig is, en hiervan biopsies kan nemen.
Pneumectomie: operatie waarbij een ganse long wordt weggenomen.
Pneumo-oncologie (REO, respiratoire oncologie): specialisme dat zich toelegt op alle aspecten van de zorg voor patiënten met respiratoire tumoren (longtumoren, longvliestumoren).
Poortkatheter: bestaat uit 2 delen namelijk een toegangspoort en een katheter. Het geheel wordt onderhuids ingeplant. De toegangspoort bestaat uit titanium en is voorzien van een zelfsluitend siliconen membraam. Vanuit de poort vertrekt een soepele katheter waarvan het uiteinde in een bloedvat (ader) wordt gebracht. Door middel van een naald wordt de poort aangeprikt.
Punctiebiopsie: techniek waarbij na lokale verdoving van de huid een biopsienaald tot in een letsel wordt geschoven om een biopsie ervan te verkrijgen (bijv. in de long of de lever). Dit gebeurt veelal onder geleide van beeldvorming zoals doorlichting, CT-scan of echografie.
Radiotherapie (bestraling): lokale behandeling waarbij de tumorcellen door gebruik van hoogenergetische stralen vernietigd of in hun groei vertraagd worden.
REO (Respiratoire Oncologie): specialisme dat zich toelegt op alle aspecten van de zorg voor patiënten met respiratoire tumoren (longtumoren, longvliestumoren).
Rookstopkliniek: is een geïndividualiseerd rookstop programma, onder leiding van een pneumoloog en een psychologe, dat aangeboden wordt aan personen die wensen te stoppen met roken.
RX-thorax: röntgenfoto van de longen.
SCLC: kleincellige longkanker
Simulatie: proefbestraling waarbij wordt nagegaan of de echte bestraling nadien zal toegediend worden aan het juiste deel van het lichaam, precies waar de tumor gelegen is.
Spiroergometrie: meten van de longcapaciteit en het zuurstofverbruik in rust en tijdens inspanning op een fiets. Dit geeft een nog beter idee van de long reserve dan de klassieke longfunctie in rust.
Stadiumbepaling (stadiëring): bepalen van de uitgebreidheid van de ziekte door middel van verschillende onderzoeken zoals lichamelijk onderzoek, endoscopie of beeldvorming.
Thorax (borstkas): deel van het lichaam waarin het hart en de longen zich bevinden, omgeven door de beschermende borstkaswand.
Thoraxheelkunde: specialisme dat zich toelegt op de chirurgische aspecten van de zorg voor patiënten met respiratoire tumoren (longtumoren, longvliestumoren).
Thoracotomie: ingreep waarbij de borstkas geopend wordt, meestal via een insnede tussen twee ribben, waarbij de organen in de borstkas kunnen bereikt worden voor heelkunde zoals lobectomie of pneumectomie.
Thrombo(cyto)penie: daling van het aantal bloedplaatjes (thrombocyten) waardoor een verhoogde bloedingtendens kan ontstaan.
Weefseltypering: onderzoek dat tot doel heeft de tumorcellen te identificieren.
Zorgprogramma: samenwerkingsverband tussen artsen van diverse specialismen en paramedici met als doel een optimale zorg te bieden voor alle aspecten van patiënten met respiratoire tumoren, zoals het geheel van de onderzoeken en de diverse fasen van de behandeling.
 
Disclaimer   -    Sitemap   -    Site by Black And White Company